|
NEDERLANDSE ABSTRAKTE Jo Ractliffe [TAXI-001] "Toen ik jong was, gaf ik hoog op over mijn geheugen. Ik probeerde me alles te herinneren, alsof het zich en een film had afgespeeld. Later fotografeerde ik ieder dood dier dat ik zag." Voor Nadir focuste Ractliffe's fotografie zich voorname lijk op thema's als verlies en dood. Terwijl haar interesse haar tegelijkertijd bezig hield als fotograaf en kroniekschrijver (meestal van achtergelaten ruimten, vervallen gebouwen, lege landschappen en dode dieren), toen ze aan haar doctoraalscriptie moest beginnen, was ze gefrustreerd door fotografie als een "onaf project waar geen voldoening uit te halen valt" en door "de onmogelijkheid van het medium om een serie aan ervaringen te bevatten". Nadir bood Ractliffe een gelegenheid verder te gaan dan de traditioneel afgepaalde 'andersheid' van fotografie en autografie. Om deze twee met elkaar te verstrengelen - een verlangen dat in haar latere werk een sterke nadruk heeft gekregen - zag zij het als haar taak een radicale vervreemding van gevestigde verhoudingen tot uitbeelding te brengen, niet alleen tussen fotograaf en onderwerp, maar evenzeer tussen kijker en beeld. Op deze manier wordt een hond die aan de lijn loopt bij een gehoorzaamheidsles, een grauwende verdediger van een territorium dat verder onbewoond is; een andere, die we een stadse afvalhoop zien afstropen, wordt een bange onderkruiper in een terrein vol huiveringwekkende verwoesting. Als we deze beelden zien, weten we wat we zien en toch weten we niet waar we zijn; welke herkenning er ook is tussen ons en het beeld, dit heeft niets van doen met een bekende fysieke plek. In Nadir symboliseert Ractliffe datgene wat buiten het frame gesitueerd is - de psychologische ervaring en de intellectuele verwerking van de in een frame gevangen 'gebeurtenis' - door middel van fictieve landschapstoestanden die op een symbolisch niveau aanspreken. Het verhaal dat binnen het formaat van de litho gevangen is, lijkt min of meer op een fotografisch stilleven - een moment dat gevangen en bevroren is binnen een groter 'canvas' van gebeurtenissen. Omdat je niet uit het beeld kunt halen wat je er uit wilt halen (een bepaalde betekenis, een gevoel van afsluiting), moet je naar de verschillende elementen in onderlinge relatie met elkaar kijken: de betekenis vanuit je eigen mentale opbouw projecteren, verbeelden, verzinnen. Het 'verhaal' van iedere kijker wordt op die manier uniek opgebouwd vanuit een plek die tussen schijn en werkelijkheid in ligt. Het is een plek van verbeelding en een die voortdurend tijdens het kijken moet worden bijgesteld. "Ik denk dat fotografie [voor mij] voornamelijk een manier is geweest om me tegen verlies in te dekken. Het gaat nooit overt het vastleggen van het ding omdat dat niet is wat je wilt vashouden. Je wilt eerder dat moment van overgang - het licht dat op iemands gezicht valt, of de wind - precies dat moment, dat je niet in een foto kunt vangen, maar waarvan je wel het gevoel kunt vangen. Daarom denk ik dat veel van Shooting Diana niet over het fotograferen van een ding ging, maar eerder probeerde dat moment voor het verdween, vast te leggen." […] Samson Mudzunga [TAXI-002]Stephen Hobbs: "…Op dit moment is Zuid-Afrika bezig met een poging om te gaan met de grote verschillen in taal, culturele overtuigingen en uitingsvormen die onder apartheid tot individuele ontwikkeling gedwongen werden. Zodoende zien galeriehouders en curatoren zich vaak gedwongen zeer op hun hoede te zijn en zich er bewust van te zijn hoe gemakkelijk 'Westerse' ideologische referentiekaders kunnen bijdragen aan een verkeerde interpretatie van cross-over producties. Vanuit een stedelijk perspectief gezien is Mudzunga in staat zijn publiek te strikken als actieve deelnemers aan het scheppen van betekenis. Maar de verschillen tussen Venda en Johannesburg in cultuur en taal vertegenwoordigen een discrepantie - een die, waarvan ik denk dat het veilig is aan te nemen, zowel bestaat voor de kunstenaar als voor zijn publiek. Ik vind de wens om je bezig te houden met deze verschillen en ze te overwinnen fascinerend omdat het Mudzunga als kunstenaar en persoonlijkheid op de een of andere manier, hoe kortstondig ook, lukt deze verschillen in taal, cultuur en context te overbruggen." […] Kathy Coates: "…Het is duidelijk uit deze commentaren dat Mudzunga's uitvoerende werk het risico van verwatering loopt door de afstand en ook dat van misinterpretatie die mogelijkerwijze voortkomt uit een presentatie binnen verschillende contekstuele raamwerken. Zoals Mackenny's commentaar suggereert, valt zijn werk inderdaad misschien in de kloof tussen ontstaan en receptie: hoewel veel van de fascinatie en belangrijkheid van zijn werk ligt in het overbruggen van verschillende culturele werelden en artistieke vertogen, kan het zo zijn dat het publiek dat Mudzunga zo zorgvuldig heeft opgebouwd, niet zo flexibel is als de kunstenaar zele. Voor diegenen die op zoek zijn naar een 'cathartische respons' op een 'authentiek ritueel' (en hier begeven we ons op het terrein van de romantiserende impuls), zijn zijn voorstellingen ongetwijfeld teleurstellend. En hoewel Mudzunga deze tekstuele praktijken natuurlijk gebruikt en uitbuit, is hij uiteindelijk toch de ultieme advokaat van de duivel: terwijl hij de systemen uit zowel stad als platteland aan een kritische blik onderwerpt en gebruikt, beweegt hij zich binnen en tussen beide met de bedoeling ze te ondermijnen. " […] Jeremy Wafer [TAXI-003] VISUELE STRUCTUREN "Systeem, orde, en herhaling mogen weliswaar formele en karakteristieke kenmerken van het werk van Jeremy Wafer zijn, toch vormen zij het substratum voor een aantal subtiele, complexe en krachtige effecten die tesamen met een verscheidenheid aan sociale, culturele en ethische meditaties opereren. Het werk van Wafer is vanaf 1987 constant gebleven in zijn betrokkenheid bij een artistieke taal die modulair, minimaal en contemplatief is, zelfs wanneer er variaties optreden in esthetisch effect en sociale doelstelling. Wat hieronder volgt is een poging de rijkdom en waarde van dit esthetisch krachtige, sociaal genuanceerde en contemplatieve taalgebruik te ontwarren. De esthetische effecten van dit werk worden door een unieke combinatie van kenmerken teweeg gebracht, strekkend van het gebruik van dubbelzinnige metaforen, tot de zelfbewuste afwezigheid van metafoor. Wafers visuele repertoire vormt onderdeel van een structuur die nooit onafhankelijk is van het sociale veld waaruit dit is samengesteld, noch van een holistische en integrerende visie. Wafer groeide op op een boerderij in KwaZulu-Natal in de jaren '60 en werd toen met de materialiteit van objecten geconfronteerd, en als gevolg hiervan met de metaforische kracht van materialen. Deze belangstelling voor materialiteit en metafoor werd versterkt door zijn studie aan de Kunstacademies van de Universiteit van Natal (1979) en de Universiteit van de Witwatersrand (1980 en 1987), waar zijn docenten het modernistische idee van de "echtheid van materialen" benadrukten. Wafer is niet geheel en al trouw gebleven aan dit idee omdat veel van zijn latere stukken illusies van materialen zijn (zoals metaal of aardewerk) en door zijn hele werk een gepreoccupeerdheid met hun metaforische mogelijkheden te zien is . " […] Santu Mofokeng [TAXI-004] LANTAARNPALEN "Over het algemeen ondergaan ze mishandeling in stilte, misschien geven ze een doffe houten plof of een metalen ploinkgeluid als ze geraakt worden. Ze geven verlichting. Ze worden door sommigen met achterdocht bekeken, maar de meeste mensen slaan geen acht op ze. Ze worden als iets vanzelfsprekends gezien. Ze zijn er om tegen aan te leunen of tegen aan te pissen. Er staat een lantaarnpaal recht voor het huis in het Orlando Oost, Soweto van mijn jeugd. Iedere avond ontsnapte ik aan de mistroostigheid van onze huiskamer - spaarzaam verlicht door een kandelaar en de blauw-oranje vlammen van de dampende kolenkachel, met een stank van koolmonoxide, kokende kolen of slachtafval - om zo aan de blik van de ouderen in de familie te ontsnappen, aan boodschappen die gedaan moesten worden en saaie gesprekken tussen de volwassenen in de kamer, en om het gezelschap en kattekwaad van de andere kinderen te kunnen volgen die buiten onder het straatlicht verstoppertje aan het spelen waren. "Zwarte maipatile" noemden we dit spel. Onder het schreeuwen van "mee mmee!" verstopten we ons in velden vol mielies, klommen we in bomen en verstopten we ons in heggen totdat we ontdekt werden. Zulke spelletjes gaven ons de gelegenheid om perzikken en abrikozen te stelen. Soms probeerden we onze maagdelijkheid te verliezen aan de meisjes die ons naar onze schuilplaatsen achtervolgden, op het refrein "Ik ga alles klikken". Ik was een jaar of negen, tien. De spelletjes hielden altijd klokslag kwart voor acht op, als we weer naar onze verschillende huizen renden om naast um'sakazo te kruipen en naar de 15-minuten lange afleveringen van "Raborikgwana" te luisteren, een hoorspelserie op de radio, waarna we te eten kregen en naar bed moesten. De SABC was meer dan menig ouder verantwoordelijk voor de tijd waarop we konden spelen. En dan is er Phumelangaphandle, die door ons zo genoemd werd, het betekent letterlijk: ga-het-huis-uit. Hij was de minnaar van mijn tante. En Mdungazi, de Shangaan met de gele tanden. Hij had een mank been en wij plaagden hem altijd als hij lachte, vanwege zijn tanden. Onze buurman Sephara, volgens eigen zeggen een Koninklijke lezer, een autodidact, hield ervan mijn stiefvader te plagen, ex-bodybuilder en pianist, door hem een wolf te noemen. Mothobi, een oorlogsveteraan die in Normandië en Noord-Afrika gevochten had, vermaakte ons met zijn militaire driloefeningen wanneer hij dronken was en in trance raakte. Forenzenbussen braakten deze en andere arbeiders uit aan de rand van de township. Dan moesten de arbeiders een grasveld oversteken, tot ze bij de straatlantaarns aan de rand van de township kwamen en zich verspreidden om wat te gaan drinken. Dan was er een eenzame tsotsi, een boef, die het gemunt had op de slome achterblijvers onder de arbeiders. Hij kwam gewoonlijk van achter aanzetten, en gooide dan een vuilnisbak over het hoofd van het nietsvermoedende slachtoffer. Overrompeld, verblind waren ze, de arme slachtoffers, met handen die geen kant opkonden omdat ze vastzaten in de vuilnisbak, en onderwijl werden hun zakken leeggehaald. Het was een spook; niemand wist wie het was tot een van zijn slachtoffers, met de vuilnisbak over zijn hoofd, en zijn handen langs zijn lijf, op hol sloeg. Volkomen verrast ging de boef achter hem aan - een spontane reactie, zeker. Toen hij de rand van de township bereikte, werd de boosdoener geďdentificeerd en was zijn carričre over. De Amadod'omzi, de burgerwacht, zorgde daar wel voor. " […] Pat Mautloa [TAXI-009] FRAGMENTEN VAN EEN STADSKAART Zou je Kagiso Patrick Mautloa willen ontmoeten, dan kun je de route volgen die hij iedere ochtend naar zijn studio neemt. Vertrekkend uit Alexandra zou je door de vormeloze township zwerven, waar afgebrokkelde asfaltwegen je langs dicht op elkaar gepakte verroeste structuren van metaal en hardboard zouden leiden. Het gebied zou in rook gehuld zijn, de zwavellucht bezwangerd met antraciet. Als het winter zou zijn, zouden de daklozen rond de openluchtkachels hangen om zichzelf op te warmen. Je zou met andere forensen reizen: kantoorpersoneel, schoonmakers, bouwvakkers, studenten, nieuwe stadsbewoners en werkelozen. Je zou geďnteresseerd zijn in je medestadsbewoners, maar je afstand bewaren. Je ogen zouden onopvallend rondkijken, maar alles in zich opnemen: de uitdrukkingen op hun gezichten zouden je bij blijven; hun gesprekken, soms gecodeerd, soms agressief, zouden je treffen. Download entire document in PDF format |